Categoriearchief: Trends

Energie uit de zee

oceanenergyOp verschillende manieren wordt geprobeerd energie uit (zee)water te winnen. Met onderhoudsvrije molens op de oceaanbodem kan stromingsenergie worden geoogst Het betreft een kickstarter project waarvoor crowd funding wordt gezocht.

Thermische energie winnen uit het verschil in temperatuur tussen oppervlaktewater en diepzeewater wordt al toegepast via OTEC (ocean thermal energy conversion), via SWAC (sea water air conditioning) of via DWSC (deep water source cooling) en DLWC (deep lake water cooling).

Andere projecten die energie halen uit getijden of golven of uit het verschil in zoutgehalte tussen zout en zoet water (blue energy) zijn in het prototype of pilot stadium.

Blauwe energie

Getijdenenergie

Golfenergie

Is het elektriciteitsnet straks overbodig?

Het omzetten van zonlicht naar elektriciteit is langzamerhand gemeengoed geworden. Iedereen die ze nog niet op zijn dak heeft liggen is eigenlijk een dief van eigen portemonnee. Maar zodra ook infrarood direct kan worden opgezet in elektriciteit kunnen we ook ’s nachts zelf energie opwekken.

We kunnen energie zelfs zonder het net naar elkaar overzenden. Op dat moment wordt het net zelfs overbodig.

Duurzame energie opslaan

De trend is het decentraal opwekken van energie, maar hoe slaan we het surplus aan energie op?

In smart grids wordt gedacht aan het opslaan van duurzame energie in de accu’s van elektrische auto’s. Misschien behoort dat tot de mogelijkheden als de nieuwe accutechniek gemeengoed wordt en het elektrisch rijden daardoor vanzelfsprekend wordt.

Voorlopig blijft het opslaan van duurzame energie in auto-accu’s nog peanuts. Een grootschaliger opslag op wijkniveau wordt mogelijk als het nieuwe batterijconcept op basis van vloeibare metalen (magnesium/antimoon) beschikbaar komt.

Tot die tijd kunnen we duurzame energie alleen centraal opslaan door stuwmeren te vullen met water (Noorwegen) of door elektriciteit om te zetten in methaan (Power to gas).

Biobased economy haalbaar?

biobased-economyIn de olie-industrie is het vanzelfsprekend dat olie volledig wordt ontleed in fracties die van economische waarde zijn waarbij wordt gewerkt van hoogwaardige producten naar laagwaardige producten om de economische opbrengst te maximaliseren. Juist omdat er veel producten uit olie worden gemaakt zijn we bij onze economische activiteit meer en meer afhankelijk geworden van olie. Door het schaarser worden ervan lopen de primaire kosten voor die economische activiteit dus snel op.

Een economie die voor een groot deel draait op de bewerking van biologisch afval heeft daarom zeker een toekomst. Ook hier kunnen we in navolging van de olie-industrie van hoogwaardig naar laagwaardig werken. Medicijnen en voedingssupplementen zijn hoogwaardiger dan compost en mineralen. Grondstoffen voor de chemische industrie, biobrandstoffen en plastics liggen daar ergens tussenin. Er is al heel wat uitgedokterd op dat gebied. Toch komt een en ander maar moeizaam van de grond. Slechts voor een deel ligt dat aan de benodigde investeringen. Een veel groter probleem is het gebrek aan kennis en de verspreiding daarvan. Een ander probleem wordt gevormd door de patenten en de gevestigde belangen.

Patenten zijn er in principe om uitvinders te beschermen en aan investeerders de mogelijkheid te bieden om de ontwikkelingskosten terug te verdienen. Die principes moeten we zeker overeind houden maar ze ontaarden maar al te vaak in nooit bedoelde neveneffecten. Een levendige handel in patenten is daarvan een uitvloeisel waarbij het vaak eerder gaat om vanuit conservatisme oude technieken te beschermen dan de nieuwe technieken te omarmen en te introduceren. Dat is overigens simpel te ondervangen door de duur van een patent te koppelen aan de realisatiesnelheid. “Hoe sneller gerealiseerd hoe langer een patent bescherming biedt” zou de regel moeten zijn of als alternatief “Niet binnen 5 jaar gerealiseerd dan ook geen bescherming meer”.

Kennis en de integratie daarvan of beter gezegd het gebrek daaraan is een veel groter probleem. Immers, beleid wordt als het goed is gebaseerd op kennis. Het gebrek aan kennis bij beleidsmakers is echter eerder regel dan uitzondering. Kennis wordt hen vaak bewust onjuist aangereikt door lobbyisten die er alleen op uit zijn het eigenbelang van hun opdrachtgevers (de gevestigde belangen) te dienen. Onderkenning van dit probleem is het begin van de oplossing.

Cradle to cradle (C2C)

recycleHet C2C principe komt erop neer dat er geen afval meer bestaat. Alle afval is immers te beschouwen als bouwstof voor een volgend productieproces. In de natuur is dat principe heel gewoon. De bladeren die in de herfst van de bomen vallen worden door organismen omgezet in bouwstoffen die in het voorjaar weer gebruikt worden voor het aanmaken van nieuwe bladeren. De natuur gaat uit van maximale recycling en alles hergebruiken.

Het is alleen omdat de mens zichzelf heeft vervreemdt van de natuur, dat zij dat principe nog niet heeft overgenomen. De mens denkt ten onrechte dat de bomen tot in de hemel groeien en dat er altijd voldoende nieuwe grondstoffen kunnen worden gedolven. Langzamerhand begint men te beseffen dat die gedachte bij een toenemende wereldbevolking geen stand kan houden. We zien die schaarste terug in oplopende grondstofprijzen.

We zijn daarom voorzichtig begonnen om afgedankte spullen uit elkaar te halen en te recyclen. Die recycling kost echter veel meer energie en inspanning dan nodig is, simpelweg omdat de spullen niet zijn ontworpen om uit elkaar te halen en te hergebruiken. Door de hele levenscyclus van een product onder de loep te nemen kunnen we al op voorhand rekening te houden met een later hergebruik en met minimale inspanning recyclen.

Het is niet verwonderlijk dat juist in de agrarische sector een volledig hergebruik het meest voor de hand ligt, omdat we daar de natuur maximaal kunnen nabootsen. Een monovergister (bijvoorbeeld de Agrimodem), die mest omzet in mestvervangende producten, methaan (energie) en een grondverbeteraar, is daar een goed voorbeeld van. Als een dergelijk product wordt geïntroduceerd op de plek waar de mest wordt geproduceerd dan wordt de C2C gedachte volledig waargemaakt omdat transportbewegingen dan tot een absoluut minimum worden beperkt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo’n product zichzelf in korte tijd terugverdient (5 tot 10 jaar) zelfs zonder subsidie.