Duurzaam bouwen (107): Vloerverwarming en nachtverlaging

Vloerverwarming is een vorm van lage temperatuurverwarming. Bij lage temperaturen haalt een warmtepomp de hoogste efficiëntie. Het gebruik van een warmtepomp voor vloerverwarming is dus ideaal.

Toch vallen daar wel een paar kanttekeningen bij te maken. De traditionele vloerverwarming wordt gelegd in een cement dekvloer vaak op een betonvloer. De totale dikte van zo’n vloer varieert dan tussen de 8 en 20 cm. In een dergelijke vloer wordt zoveel warmte opgeslagen dat de omgevingstemperatuur zeer traag reageert op een thermostaat. Daarom wordt door installateurs veelal geadviseerd om de thermostaat op een vaste waarde te zetten. Omdat het warmteverlies van een woning evenredig is met het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur wordt ’s nachts onnodig veel energie verspild ten opzichte van een verwarming met radiatoren die wel snel op een thermostaat reageert.

Een onderzoek van de TU-Delft heeft aangetoond dat zelfs bij dikke vloeren nachtverlaging nog steeds zin heeft en een besparing van 5 tot 10% op de energiekosten kan opleveren. Die besparing kan flink hoger zijn wanneer er met een dunnere vloer wordt gewerkt. Met een anhydriet gietvloer kan de dikte worden teruggebracht tot 3 cm. Als die op een goed isolerende schuimbetonvloer wordt aangebracht dan heeft nachtverlaging een veel groter effect.

Wij hebben zelf een anhydrietvloer van 3,5  cm op een 60 cm dikke schuimbetonvloer en hebben het afgelopen stookseizoen nachtverlaging en zonering middels een drietal thermostaten toegepast. De warmtepomp heeft 1155 kWh verbruikt. Om na te gaan hoeveel de besparing is geweest zullen we het komende stookseizoen een vaste temperatuurinstelling gebruiken. In mei kunnen we dan zeggen wat het verschil is geweest.